Artikel Zeeuws dialect

’T is de mooiste taele van ollemaele

Zeeuwen zeggen regelmatig: ‘T is de mooiste taele van ollemaele! Woorden als Juunbuuze, Alleverwege en slaêpe klinkt ons niet vreemd in de oren. Valt er eigenlijk nog iets over ‘onze taele’ te leren?

Hij is geboren en getogen in Zeeland, Rinus Willemsen. Dat hij trots is op zijn dialect is wel duidelijk. Als secretaris van De Zeeuwse Dialecten Vereniging is hij er veel mee bezig. De vereniging is al negentig jaar actief binnen de provincie en ver daarbuiten. ”Toen ik op de lagere school zat, ik was een jaar of acht, moest ik op maandagmorgen een verhaal schrijven. Toen de schoolmeester dit ging nakijken had hij het woordje ‘miek’ onderstreept in de zin: de schilder miek het raam. Hij corrigeerde mij en zei dat het ‘maakte’ moest zijn. Verbouwereerd kwam ik thuis en vertelde mijn moeder wat er was gebeurd. Lachend zei mijn moeder toen: miek, dat zeggen wij wel maar dit is natuurlijk dialect. Dat is mijn eerste kennismaking geweest met het Zeeuws dialect.” In samenwerking met verschillende organisaties houdt De Zeeuwse Dialecten Vereniging zich bezig met activiteiten en evenementen rondom de Zeeuwse ‘taele’.

i, a en u
Ook Veronique de Tier, Streektaaladviseur, houdt zich bezig met evenementen rondom ons dialect. ”Ik geef advies over het Zeeuws en ik ben betrokken bij verschillende projecten.” Ze is werkzaam bij Erfgoed Zeeland, het aanspreekpunt en kenniscentrum voor het Zeeuwse erfgoed. ”Ik zie vooral dat het Zeeuws veranderd per generatie. Dat een dialect anders wordt is logisch, want wij mensen veranderen ook. Wat het Zeeuws uniek maakt zijn onze klanken. Denk hierbij aan de i, a en u. Een woord zoals ‘kijken’ spreken Zeeuwen uit als ‘kieke’.”

Dialect op de werkvloer
Dat de jongere generatie het Zeeuws minder beheerst is velen van ons niet ontgaan. Als je goed kijkt, maar vooral luistert zijn er nog veel huishoudens waar ze ‘plat praete’. Zo ook in huize Jumelet. Annette Jumelet is door haar beroep dagelijks bezig met spraak en taalontwikkeling. ”Ik ben geboren en getogen in Bruinisse en heb als kind ook dialect gesproken. Toen ik begon als Logopedist had ik nog een aantal kinderen die Zeeuws spraken, tegenwoordig kom ik ze steeds minder tegen.” Ondanks dat Annette op haar werk Algemeen Beschaafd Nederlands moet spreken is ze positief over het dialect. ”Er is niks mis met een gezonde dosis dialect. Het is je moedertaal, dus ik ben daar zeker een voorstander van. Natuurlijk zitten hier wel wat haken en ogen aan. Op het moment dat er in een gezin Zeeuws wordt gesproken en het kind heeft moeite met taal en spraak, zal ik altijd adviseren om in het ABN met het kind te praten.” Zodra Annette thuis komt, kan ze snel schakelen naar het Zeeuws. ”Mijn zoon koos er een tijdje voor om Zeeuws te praten. Mijn twee kinderen kwamen toen ze klein waren veel bij opa en oma en die spraken dialect. de reacties waren meestal: Hoe kan het dat de zoon van een logopedist zó ‘plat’ praat? Mijn dochter praat zowel thuis als buitenshuis ABN, ook een bewuste keuze,” vertelt ze lachend.

’t Wasschapels
Op het eiland Walcheren, in Westkapelle, spreken de kinderen vaker Zeeuws. Leerlingen van basisschool de Lichtboei hebben er zelfs een voorstelling over gemaakt. Leerkracht Melanie Lindenberg: ”Eens in de twee jaar maken we een voorstelling met heel de school. Afgelopen jaar hebben we het over Westkapelle gedaan. In het begin probeerde ik het verhaal in ’t Wasschapels te schrijven. Ik kom hier zelf niet vandaan, dus dat lukte totaal niet. Toen heeft een moeder mij geholpen met het vertalen.” De leerlingen die de hoofdrollen speelden, vertelden het verhaal in het dialect. Teksten leren gingen Tijmen en Lynn, twee van de vier hoofdrolspelers, goed af. Lachend vertelt Lynn: ”Ik moest af en toe wel nadenken. sommige woorden gebruik ik thuis wel, maar sommigen echt niet. Bijvoorbeeld het woord spek, het snoepje, is in ’t wasschapels ‘paerdenvlees’.” Tijmen: ”De tekst kregen we in het Nederlands, maar we moesten het in dialect leren. Mijn moeder heeft ons alle vier geholpen met het oefenen van de teksten. De reacties op de voorstelling waren erg positief. ”Het was voor de oudere generatie heel herkenbaar. Zo kwamen er spelletjes van vroeger in terug, hier hebben de leerlingen ook uitleg over gehad. Eigenlijk werd het hele dorp er bij betrokken.” Ook buiten de voorstelling wordt er wel eens Zeeuws gesproken onderling vertellen Lynn en Tijmen. ”Als we tikkertje spelen zeggen we ‘ik rocht ‘m aan.” Directeur Marloes Ketting: ”Wij horen op school regelmatig het dialect voorbij komen. De jongere generatie spreekt het zeker nog.” Kortom, ons dialect is nog lang niet uitgestorven.